Verordening cliëntenparticipatie gehandicaptenbeleid

Dienst Publiekszaken

Verordening cliëntenparticipatie gehandicaptenbeleid

Vaststellingsdatum 18 februari 2002.

Inwerkingtreding 1 juli 2002.

Artikel 1. Begrippen.

In deze verordening wordt verstaan onder:

  1. Cliëntenparticipatie gehandicaptenbeleid: de gestructureerde wijze waarop de gemeente de zelforganisatie van belanghebbenden betrekt in de beleidsvorming, uitvoering en evaluatie van de Wet voorzieningen gehandicapten (Wvg) en het integrale gemeentelijk gehandicaptenbeleid.
  2. Integraal gemeentelijk gehandicaptenbeleid: de samenhangende wijze waarop de gemeente in al haar beleid en verantwoordelijkheden, werkt aan de verbetering van de mogelijkheden tot gelijkwaardige maatschappelijke deelname van alle mensen met een functiebeperking of chronische aandoening.
  3. Platforms:
    1. de in deze gemeente actief zijnde zelforganisatie van mensen met een functiebeperking of chronische aandoening, onder de naam Tilburgs Overleg Gehandicaptenorganisaties (TOG);
    2. de Regionale Federatie van Ouderverenigingen Midden Brabant (RfvO) die zich bezig houdt met de behartiging van de belangen van mensen met een verstandelijke beperking.

Artikel 2. Doelstelling.

  1. De cliëntenparticipatie heeft als oogmerk te bewerkstelligen dat belanghebbenden bij de Wvg en het integrale gemeentelijk gehandicaptenbeleid door zelforganisatie vanuit onafhankelijke positie optimaal betrokken zijn bij de voorbereiding, vaststelling, uitvoering en evaluatie van het (mede) voor hen gevoerde gemeentelijk beleid.
  2. Op die wijze bij te dragen aan de totstandkoming of verbetering van het integraal gemeentelijk gehandicaptenbeleid gericht op het realiseren van volwaardig burgerschap en op het bieden van gelijke mogelijkheden aan mensen met beperkingen.

Artikel 3. Beleidsterreinen.

In het kader van de cliëntenparticipatie worden de platforms betrokken bij:

  1. het gemeentelijk beleid met betrekking tot de Wvg: voorbereiding, uitvoering en evaluatie van beleid;
  2. het integrale gemeentelijk gehandicaptenbeleid, bestaande uit: voornemens, beleid of activiteiten van de gemeente gericht op het brengen van samenhang in het beleid op verschillende terreinen ten behoeve van mensen met verschillende functiebeperkingen en/of chronische aandoeningen.

Artikel 4. Werkwijze.

  1. In het kader van cliëntenparticipatie vraagt het gemeentebestuur de platforms om advies.
    Platforms zijn ook gerechtigd uit eigener beweging advies uit te brengen aan het college van burgemeester en wethouders.
  2. Burgemeester en wethouders vragen de platforms in ieder geval om advies bij de onderwerpen beschreven onder artikel
  3. Het advies wordt op een zodanig tijdstip gevraagd, dat het van wezenlijke invloed kan zijn op het te nemen besluit. Dit houdt in ieder geval in:
    1. bij nieuw beleid worden de platforms in ieder geval betrokken bij het vaststellen van de hoofdlijnen van het beleid;
    2. bij evaluatie worden de platforms ieder geval betrokken bij het vaststellen van vragen die ten grondslag liggen aan evaluatie.
  4. Indien het belang van de zaak daartoe aanleiding geeft, vindt bij de aanbieding van het advies overleg plaats tussen de platforms en de betrokken wethouders.
  5. In het geval burgemeester en wethouders in een voorstel aan de gemeenteraad afwijken van het advies van de platforms, wordt dit bij het voorstel vermeld. In dat geval wordt tevens aangegeven op welke gronden van het advies van het platform is afgeweken.
  6. De gemeente wijst een vaste contactambtenaar aan als aanspreekpunt voor de communicatie met elk der platforms.
  7. Tussen de eerst verantwoordelijk wethouder en de platforms vindt minimaal 2 maal per jaar een structureel overleg plaats.
  8. Daarnaast vindt minimaal 2 maal per jaar een overleg plaats tussen de contactambtenaar en vertegenwoordigers van de platforms.
  9. Van overleg en afspraken met de platforms doet de gemeente binnen 4 weken schriftelijk verslag aan het platform.
  10. Burgemeester en wethouders zorgen er voor dat aan de platforms de informatie wordt verstrekt die zij nodig hebben om naar behoren te kunnen functioneren. Het betreft hier alle informatie die noodzakelijk is om beleid en uitvoering te begrijpen en om ontwikkelingen en wijzigingen te kunnen volgen. De informatie wordt desgevraagd in speciale leesvorm (braille of grootletterschrift) aangeleverd.

Artikel 5. Faciliteiten.

Het gemeentebestuur stelt aan de platforms jaarlijks een subsidie ter beschikking waarmee het platforms in staat moeten worden geacht namens een brede achterban gemeenschappelijke belangen te behartigen. Voor niet reguliere activiteiten kan een projectsubsidie worden toegekend.

Artikel 6.

Slotbepalingen.

  1. In alle gevallen waarin deze verordening niet voorziet met betrekking tot cliëntenparticipatie beslissen burgemeester en wethouders in overleg met de platforms.
  2. Deze verordening kan worden aangehaald als "Verordening cliëntenparticipatie gehandicaptenbeleid".
  3. Deze verordening treedt in werking met ingang van 1 maart 2002.