Wij werken aan

WMO

De Wet Maatschappelijke Ondersteuning heeft als doel om mensen met een beperking zelfstandig deel te laten nemen aan het maatschappelijk leven. Om dit mogelijk te maken moet de gemeente er voor zorgen dat de burger wordt ondersteund.

Allereerst wordt er in kaart gebracht welke hulp noodzakelijk is (indicatie). Als dat bepaald is, wordt bekeken of de naaste omgeving ingeschakeld kan worden (familie of mensen uit de buurt) en welke hulpmiddelen of diensten nodig zijn. Uitgangspunt is dat mensen zou lang mogelijk zelfstandig kunnen blijven wonen. De gemeente moet zorgen dat burgers aangepast kunnen wonen, vervoersmiddelen hebben en hun huishouden op orde kunnen houden. Voor alle vragen en voorzieningen moet de burger terecht kunnen bij één loket. De gemeente moet in nauw overleg met de burgers en hun belangenorganisaties, zoals het TOG, een goed pakket van voorzieningen opstellen. Elke vier jaar zal er een evaluatie van de wet plaatsvinden.

Voor meer informatie zie de landelijke websites over de Wmo:
www.tilburg.nl/wmo/ (voor burgers)

Toegankelijkheid

Indien mensen met een handicap volwaardig willen deelnemen aan de samenleving dan is de basisvoorwaarde dat zij geen fysieke drempels tegen komen. Mensen met een handicap moeten kunnen gaan en staan waar ze willen. De openbare ruimte (denk daarbij aan straten, pleinen, bushaltes en parken), de gebouwen en de informatievoorziening dienen Bereikbaar, Toegankelijk en Bruikbaar (BTB) te zijn. Het TOG geeft gevraagd en ongevraagd advies om de toegankelijkheid te bevorderen. Dit gebeurt door ervaringsdeskundige vrijwilligers, ondersteund door een opbouwwerker.

Werk en Inkomen

Mensen met een handicap of chronische ziekte moeten net als ieder ander kunnen werken. Betaald werk is een belangrijke voorwaarde om zich gelijkwaardig te voelen in de samenleving, het draagt tevens bij aan de persoonlijke vrijheid, daar het meer inkomen oplevert. Vaak is betaald werk op de reguliere arbeidsmarkt niet mogelijk. Er dienen dan alternatieven beschikbaar te zijn zoals beschutte of begeleide werkplekken, vrijwilligerswerk of een zinvolle dagbesteding. Mensen die door een handicap of chronische ziekte niet in staat zijn om betaald werk te verrichten hebben recht op een redelijk inkomen.

Wonen

De wijze waarop iemand woont is een belangrijke factor voor de kwaliteit van leven. Volwaardig burgerschap voor mensen met een handicap betekent dat zij de keuze kunnen maken om zelfstandig te gaan wonen. Dat zij kunnen blijven wonen in hun huis of in staat worden gesteld om te verhuizen vanuit een instelling naar een eigen woonruimte. Dit betekent dat nieuwe huizen levensloopbestendig moeten worden gebouwd, dat bestaande woningen kunnen worden aangepast met behulp van de Wet voorzieningen gehandicapten, dat de zorg aan huis komt en dat de mensen gebruik kunnen maken de aanwezige welzijnsvoorzieningen.

 

Vervoer

Mensen met een handicap moeten kunnen gaan en komen waar zij willen. Familie en kennissen bezoeken, winkelen en naar de hobbyclub gaan of gewoon een gezellig dagje uit. Het is dan nodig dat er geschikte vervoersvoorzieningen zijn. Daarbij is het uitgangspunt het bestaande openbare vervoer aan te passen en waar nodig een speciaal aangepaste vorm van vervoer te regelen, zoals de deeltaxi. Er moet sprake zijn van een keuze die past bij de individuele situatie. Zoals het verstrekken van een aangepaste auto om samen met het gehele gezin te kunnen reizen. Andere vervoersmiddelen zijn er voor het vervoer dicht bij huis. Rolstoelen, scootmobielen en speciale fietsen moeten er voor zorgen dat mensen met een handicap niet achter de geraniums verdwijnen.

Het vervoer van mensen met handicap, moet volgens het TOG geïntegreerd plaats vinden. Dit wil zeggen dat het bestaande openbaar vervoer met de trein en bus toegankelijk dient te zijn. De belangenbehartiging van het TOG ten aanzien van het openbaar vervoer per trein, beperkt zich tot de toegankelijkheid van de stations en hun omgeving in Tilburg. Grote bemoeienis hebben wij bij het stadsvervoer per bus.

Beeldvorming

Mensen met een lichamelijke handicap worden vaak nog gezien als hulpbehoevend, zielig of onmondig. Dit beeld veroorzaakt dat mensen met een handicap als een kind worden benaderd, dat werkgevers hen niet willen aannemen, onderwijsinstellingen hen weigeren en dat instellingen en overheden geen maatregelen nodig achten voor het wegnemen van allerlei (fysieke) belemmeringen. Men vergeet te kijken naar de mogelijkheden die mensen met een handicap wèl hebben. Bovendien is men niet goed op de hoogte is van allerlei regelingen die er zijn om belemmeringen weg te nemen. Het TOG zet zich in voor een betere beeldvorming, onder andere door een voorlichtingsproject voor basisscholen.