Persoonsgebonden budget in zorgverzekeringswet een ramp

 
28 januari 2016
Martin Bruikman en TOG sturen een brief naar staatsecretaris van Rijn.

afbeelding: streep door PGB

Maandag 1 februari voert de Kamercommissie van VWS een debat over het pgb in de Zorgverzekeringswet. Sinds 1 januari 2015 beslist de zorgverzekeraar of klanten in aanmerking komen voor een persoonsgebonden budget. Er zijn veel signalen dat de Zorgverzekeraars slechts mondjesmaat een pgb toekennen. De voornaamste reden van afwijzing is dat de zorg planbaar zou zijn. In de praktijk betekent dit vaak planbaar voor de zorg verlenende instelling. De gevolgen voor de klant zijn rampzalig.
Dit is de reden voor het Tilburgs Overleg Gehandicaptenorganisaties (TOG) om samen met Martin Bruikman een brief te schrijven naar staatsecretaris van Rijn over zijn ervaringen. Heb jij ook een dergelijke ervaring laat het ons dan weten.
 
 

Geachte heer van Rijn,
 
Maandag 1 februari heeft u een debat met de Tweede Kamer over het Zwv-pgb. Ik schrijf u deze brief om u duidelijk te maken welke negatieve gevolgen het hanteren van de criteria ‘planbare zorg’ in het kader van de aanvraag van een Zwv-pgb voor mij heeft. Ik heb deze brief samen met Jannes Ligtenberg opgesteld. Hij is directeur  van het Tilburgs Overleg Gehandicaptenorganisaties: de lokale belangenorganisatie voor mensen met een handicap. Ik doe daar vrijwilligerswerk.
 
Mijn naam is Martin Bruikman. Ik ben in 2005 eenzijdig verlamd geraakt door een CVA. Na een intensieve revalidatieperiode van drie maanden kon ik gelukkig weer terug naar huis. De persoonlijke verzorging en begeleiding die ik nodig heb kreeg ik middels een pgb via de AWBZ tot april 2015.  Dit pgb maakte het voor mij  en mijn vrouw mogelijk dat wij alles zelf konden regelen en de gevolgen voor ons inkomen beperkt bleef. Mijn vrouw verleent de zorg op tijdstippen die wij zelf verkiezen. Gelukkig kon zij haar baan er op aanpassen.
Ik heb elke dag hulp nodig bij het aan- en uitkleden, het douchen en het innemen van de medicatie. Samen kunnen wij bepalen wanneer ik opsta, ik een douche neem, naar bed ga of ga zwemmen. Ik ben blij dat mijn vrouw de zorg verleent, ik niet door ‘vreemden’ wordt geholpen en ik niet afhankelijk ben van het rooster van de thuiszorgmedewerkers. Ik kan daardoor zelf bepalen wanneer ik ’s avonds familie of vrienden bezoek of ontvang. Ik kan daardoor zelf bepalen wanneer ik ’s morgens opsta afhankelijk van de activiteit die ik heb, zoals het geven van voorlichting op scholen. Ik heb hierdoor regie over mijn eigen leven. Dat is ideaal voor mij!
 
Sinds begin 2015 kwam daar verandering in. Ik werd verzocht met een wijkverpleegkundige contact op te nemen om een nieuwe aanvraag in te dienen. Ik heb een gesprek gehad met de wijkverpleegkundige in dienst van mijn zorgverzekeraar CZ. Deze gaf aan dat de 8 uren per week persoonlijke verzorging, die ik al vanuit  de AWBZ kreeg, zouden worden overgenomen. Om in aanmerking te komen voor een pgb persoonlijke verzorging heb ik een aanvraag ingediend.
CZ heeft mijn aanvraag afgewezen met een algemene verwijzing naar het pgb-reglement.
Ik heb op de afwijzing van CZ een bezwaar ingediend. Na een nieuwe beoordeling van CZ, de broekriem rond het budget wordt aangetrokken
door de afdeling juridische zaken, werd mijn aanvraag wederom afgewezen omdat de zorg planbaar is: ‘ Wij hebben beoordeeld of u voldoet aan de toegangseisen voor het pgb. Wij zijn van oordeel dat de zorg die u op grond van uw indicatie nodig hebt, allemaal planbare zorg is. De bovengenoemde zorg, zoals uit bed en in bed helpen, douchen, de medicatie uitzetten en aanreiken kan op geplande tijdstippen’…’Concluderend, naar onze mening is er sprake van planbare zorg. Uw zorgvraag voldoet hiermee niet aan de voorwaarden om een pgb te krijgen. Wij hebben begrip voor uw wens gebruik te maken van uw huidige zorgverlener. Echter, de zorg die u nodig heeft, is niet dermate specifiek dat het noodzakelijk is dat dit wordt gedaan door een vaste zorgverlener.
Ik heb geen genoegen genomen met de beslissing van CZ en ik heb een klacht ingediend bij de Stichting Klachten en Geschillen Zorgverzekeringen.
 
Voor de volledigheid, ik kom wel in aanmerking voor zorg in natura door de wijkverpleegkundige. Ik maak daar tot nu toe geen gebruik van omdat ik liever niet, elke ochtend en avond, door vreemden op vastgezette roostertijden wil worden gedoucht en worden aan- en uitgekleed. Ik heb het gevoel dat mijn leven aan banden wordt gelegd en dat ik de regie over mijn leven na tien jaar weer kwijt raak. Datzelfde geldt voor mijn vrouw. Na tien jaar zorg voor mij heeft zij het gevoel aan de kant te worden gezet. Ik vind vreselijk dat mijn zelfredzaamheid en de inzet van mijn eigen netwerk wordt afgestraft.
Bovendien verbaast het mij dat de zorgverzekeraar er voor kiest om meer kosten te maken. Het formele tarief voor persoonlijke verzorging (€ 38,56 per uur) is tweemaal zo hoog als die voor informele zorg (€ 20,- per uur). De meerkosten voor mijn 8 uur per week zorg bedraagt  € 7.720,- per jaar.
 
Via het Tilburgs Overleg Gehandicaptenorganisaties ben ik uw antwoord aan van Rijn in tweede kamerde Tweede Kamer over de motie Dik-Faber planbare zorg Zvw-pgb onder ogen gekomen.
Ik begrijp daaruit dat u onderzoek heeft gedaan bij de zorgverzekeraars over de toepassing van criteria voor het verkrijgen van een pgb. Op basis van dit onderzoek concludeert u dat geen van de zorgverzekeraars een pgb-aanvraag afwijst alleen omdat de zorg planbaar is. De conclusie is beleidsmatig wellicht juist maar geeft geen antwoord op de in de motie gestelde vraag over de wijze waarop zorgverzekeraars in de praktijk invulling geven aan de definitie van planbare en niet planbare zorg. Ik ervaar de afwijzingsgronden van de zorgverzekeraar echter als planbaar voor de thuiszorgorganisatie.
Het gaat mis bij de interpretatie van de eerste twee criteria:
• het vaak nodig hebben van zorg op wisselende en ongebruikelijke tijdstippen en/of op meerdere locaties;
• zorg die vooraf slecht is in te plannen, omdat deze nodig is op telkens verschillende tijden en/of op korte momenten op de dag en/of op afroep;
De vraag is of ik zeven dagen per week mijn activiteiten moet plannen op de roostertijden van de thuiszorgmedewerkers of dat ik zelf kan bepalen wanneer ik opsta of naar bed ga afhankelijk van de activiteit die ik heb. Dan heb ik nog niet over de inbreuk in de privacy die ik en mijn vrouw ervaren bij hulp van buiten. We voelen ons net een ‘thuis-instelling’.
 
Met deze brief heb ik u willen laten zien wat er in de praktijk gebeurt.
Ik hoop dat u het met mij eens bent dat ik en mensen in een gelijkwaardige situatie in aanmerking moeten komen voor een Zvw-pgb persoonlijke verzorging. Deze vorm van maatwerk doet meer recht aan mijn zelfredzaamheid, het zoeken naar oplossingen in het eigen netwerk en het bespaart kosten. Er is volgens mij sprake van een win-winsituatie.
 
In afwachting van uw antwoord,
 

Martin Bruikman
Jannes Ligtenberg, directeur TOG

 

Reacties

Ik ben reuze benieuwd hoe hoe of dit afgelopen is. Wilt u mij dit laten weten .

Met vriendelijke groet

Reactie toevoegen

Plain text

  • Geen HTML toegestaan.
  • Adressen van webpagina's en e-mailadressen worden automatisch naar links omgezet.
  • Regels en alinea's worden automatisch gesplitst.
Bij het indienen van dit fomulier gaat u akkoord met het privacybeleid van Mollom.